Op de bank naast het kerkje op de heuvel die uitkijkt op het ziekenhuis, keek ik naar de vijfde etage waar zich kamer B25B bevindt. De ramen weerspiegelden bewolkte lucht. Het Rijnstate is een betonnen bouwsel omringd door een zee van parkeerplaatsen en toegangswegen. Het pretendeert op geen enkele manier op te willen gaan in het groene landschap eromheen. Als je hier bent ben je niet daar, weet je zodra je het terrein op rijdt. In december hing er een gigantische lichtgevende maan aan het hoge plafond van de ontvangsthal. Enthousiast wezen de artsen ernaar, maar de meeste bezoekers waren met hun gedachten elders.
Vorige week werd ik er opgenomen en twee uur weggemaakt naar daar waar niemand weet van heeft. Mijn lijf zat vol lijnen, een naald in mijn arm. Als twee engelen stonden de chirurgen in het voorgeborchte aan mijn zijde, de stift als een scalpel in de handen. Tijdens mijn bewusteloosheid zouden de patronen uitgeknipt en gesneden worden. Ik was alleen, had in de gang van de ontvangstruimte onverwachts al afscheid moeten nemen van Paul. De vrouw in het bed naast me had zich verslapen. Hijgend en zich luidkeels excuserend was ze aan komen benen. Dat ze de wekker niet had gehoord, maar na wakker worden meteen was gekomen. En dat ze die linker eileider toch mochten laten zitten wat haar betreft. De patiënt in het bed aan de andere kant werd afgevoerd door mannetjes in blauwe pakken, onder begeleiding van November Rain van Guns N’ Roses. K3 kwam ook wel eens voor, zei de verpleegkundige tegen me. Het was maar net wat men wilde. Bij mij kon een meisje het in haar eentje en zonder JBL af. Om de stilte tijdens de horizontale tocht richting OK te doorbreken startte ze een kappersgesprekje over mijn dochter. Ze was nog in opleiding en had bijzonder lange wimpers, viel me op. Mijn wimpers waren pas onlangs weer begonnen met groeien.
Het was naar wens gegaan, vernam ik bij het ontwaken. In B25B kreeg ik een verstelbaar bed. Nieuwsgierig monsterde een man met een ontstoken been het vers binnengebrachte wezen tegenover hem. Ik was nog onder invloed van de morfine en voelde me de beste versie van mezelf. Die avond aten we samen aan de tafel in onze kamer. De menukaart was fantastisch en we keken uit op het bos. ’s Nachts lag ik weer als vanouds wakker. Morfine mocht ik niet meer. Ik las een boek over slapen, in de hoop mezelf zo weer onder zeil te brengen.
26 juli 2023
Plaats een reactie