Haar record was acht op een dag, maar gemiddeld waren het er vijf. Het hing een beetje af van hoe moedig de beveiliger tijdens haar dienst was. En het waren echt niet alleen zwervers of alcoholisten. Soms betrof het groepjes jongeren, maar ze hadden ook weleens een nette man gepakt met een potje pindakaas. Had ie uit baldadigheid gedaan, had hij bij aanhouding gezegd.
Bij de Plus op de Spijkerlaan staat dagelijks politie op de stoep. Vandaag liep er een man zonder voortanden langs me naar binnen, en een dronken koppel met tattoos en piercings tot op het voorhoofd. Bij de ingang waren twee bezorgd kijkende medewerkers druk aan het bellen. De kassière volgde het gebeuren met een interesse die meer leek voort te komen uit een gebrek aan andere bezigheid, dan uit verbazing. Ze keek nergens meer van op, zei ze.
Ik ook niet. Als ik via de Spijkerlaan naar de Steenstraat loop, is het altijd slalommen tussen de potentiële gekte. Vanuit mijn ooghoek zie ik ze aankomen. Zij die net te druk gebaren, zij die hardop in zichzelf praten, zij die manisch lachen, schreeuwen, ergens tegenaan trappen, een hond bij zich hebben die veel te driftig aan de lijn trekt, de enkeling die doelloos ronddwaalt, de groepjes die niet wijken, agressieve automobilisten. Soms neem ik de boodschappen op voor een dakloze: een pak volle melk, een bakje frambozen, of twee gevulde koeken.
Mijn oog is zelden gericht op de nette mannen. Beheerst en voorkomend bewegen zij zich over het trottoir. Beleefd glimlachend zeggen ze dank u wel en alstublieft. Maar heimelijk drijft het vervelende van het fatsoenlijk en normaal zijn hen dus tot waanzin. Met een beetje fantasie verkochten ze hun huis, beraamden een schilderijenroof, vertrokken naar de Bahama’s. Zonder dat blijft over de pindakaas.
Plaats een reactie