Of ik de handen van degenen die naast me stonden wilde pakken en we elkaar even goed in de ogen konden kijken. Het was niet de eerste keer deze maand dat dit me gevraagd werd. Ik kende het zelf voorheen alleen van de Nachtmis in de kerk, wanneer je elkaar de vrede moest wensen. Het was blijkbaar een trend geworden. Ik stond midden op de Dam tijdens de Feminist March. Er stonden twee mannen naast me. De man links van me keek me bij het verzoek enthousiast aan, de man rechts vermeed elk oogcontact. Net ervoor had iemand ‘Fuck the Patriarchy´ in de microfoon gespuugd. Iedereen was kwaad, en dat mocht ook, we mochten kwaad zijn. Maar we moesten ons ook verenigen. Ik was vooral blij met de hoge opkomst, dan viel ik ook minder op. Bovendien hoopte ik even niet meer bij zij die zwijgend instemmen te horen. Maar een wildvreemde bij de hand vatten scheen me wat al te ongewenst intiem.
De laatste keer dat ik de handen van buren moest aanraken was een paar weken ervoor geweest, tijdens de spinningles in de sportschool. De lichten waren gedimd, de muziek stond hard. Voor ons zat de lerares op haar fiets. ´Protect your heart’, scandeerde ze terwijl ze al trappend afwisselend haar linker- en rechterhand naar haar hart bracht en vervolgens met kracht uitstrekte. Aan het begin van de les had ze ons gevraagd een intentie in ons achterhoofd te houden voor het uur dat zou komen. Mijn grenzen verleggen leek me wel gepast. Op het hoogtepunt toen we, allen druipend van het zweet, de benen een moment rust mochten geven, vroeg ze ons de klamme hand van onze buurman of buurvrouw vast te pakken. Aarzelend keken we van links naar rechts in een poging soortement van één te worden. Daarna was het tijd om het er allemaal uit te trappen. In het Engels sommeerde ze ons om wat ons dwars zat naar buiten te schreeuwen. ‘Ride with your darkside´, gilde ze bijna buiten zichzelf, terwijl we als gekken de pedalen rond trapten. We sloten af met een hartopener, een namasté, en een buiging naar elkaar. Het was zeer grensverleggend allemaal.
Tegenover het Paleis op de Dam reed een man op een fatbike woest toeterend en vloekend door de mensenmassa. Hoofdschuddend keken actievoerders hem na. Een jongen van een jaar of tien hield een bord omhoog waarop stond dat er 22 maart een demonstratie tegen haat zou zijn. Ik zette het alvast in mijn agenda, opdat ik niet koud twee weken later wederom tot de zwijgende meerderheid zou behoren. Bij café Wildschut in Oud-Zuid kwam ik bij met een borrel. Hier waren geen feministen, en tussen de mensen aan afzonderlijke tafeltjes was ook geen ongewenst contact. Hier was het vooral in om zoveel mogelijk botox en fillers in je gezicht te spuiten. Ik wenste iedereen de vrede, want ook dat was goed.
15 maart 2025
Plaats een reactie