Lieneke Rietdijk

korte stukken, columns en blogs


Wolven

Vanochtend fietste ik langs het ziekenhuis. Ik was ermee bevriend geraakt ergens de afgelopen vijf maanden. Dinsdag hadden ze mijn laatste infuus ingebracht. Zestien keer was ik geprikt sinds februari. Links, rechts, links, rechts, om de aderen een beetje te sparen. Om het te vieren had ik koekjes getrakteerd, maar de vrouw die naast me zat en gelijktijdig met mij aan de chemokuur was begonnen, had me overtroffen met iets wat ze zelf geknutseld had. ‘Oh, hier worden we nou écht blij van’, had de zuster enthousiast uitgeroepen. Ze had het ook al van me gewonnen met de uitslag van haar MRI. Daar waar er bij mij sprake bleek van een goede gedeeltelijke respons, was die bij haar honderd procent. Maar met een goede partiële reactie op de behandeling mocht je ook blij zijn hoor, zei mijn oncoloog. 

Ik hoef geen medelijden. Als een gewond dier dat elk moment uit de kudde kan worden verstoten, wil ik niets anders dan gezien worden als normaal. Mijn omgeving moet vooral denken dat het wel gaat. Sommige lotgenoten trekken dit door en doen het naar buiten toe schijnen alsof hen helemaal niks mankeert. Ze dragen hun pruik, gaan naar hun werk, en zwijgen over de diagnose. Anderen doen het tegenovergestelde maar dan wel met de nodige bravoure, als om de wolven af te schrikken door ze alvast moedig hun tanden te laten zien.  

Tijdens de Nacht van de Mode in Klarendal hoorde ik er in één keer weer bij. ‘Mooi zo, die sjaal in je haar!’ zei een ontwerpster in haar boetiek. De geknoopte doek die mijn nog grotendeels kale hoofd moest verbergen, was plotseling verworden tot een artistiek statement. De rest van de avond speelde ik de rol die mij hier onverwachts was toebedeeld met verve. Even was ik niet meer dat kreupele dier dat omzichtig benaderd moest worden.

Binnenkort word ik geopereerd. Mijn haar begint al voorzichtig te groeien, maar mijn plek in de groep is voorlopig onzeker. Om het makkelijker te maken me zo nodig alsnog te verstoten, zal ze waarschijnlijk onbewust op afstand blijven. Misschien geholpen door stilletjes te denken dat het haar niet kan overkomen, misschien door aan te nemen dat ik ergens wel iets verkeerd zal hebben gedaan. Dat laatste denk ik soms ook. Dat het een straf is, dat ik niet goed genoeg ben, meer mijn best moet doen. Dat ik mijn lesje nog te leren heb. Of dat ik op zijn minst attenter moet zijn door vaker iets voor een ander te knutselen. Een lampion, een lijstje voor een schilderij, een driedimensionaal rood hart van papier-maché desnoods. Zo niet dan rest me de wolven. 

14 juni 2023     



2 reacties op “Wolven”

  1. Wat hou ik van dappere mensen!
    Dat is wat direct in me opduikt als ik je verhaal van vandaag lees.
    Ik zeg: je hebt geen straf, je hebt pech.
    Leef met alle volle teugen die er zijn.
    Je weet het zelf het beste als alle adviezen zijn gedaald.
    🍀💐

    Like

Geef een reactie op Hans Beikes Reactie annuleren