Buitenland

Ik fietste door iemands buitenland. De man die ik passeerde liet zijn benen rusten op de picknicktafel waaraan hij zat. Voor hem een thermoskan koffie, achter hem zijn vrachtwagen met vreemd nummerbord. Het was nog rustig op de parkeerplaats van het Shelltankstation tussen Arnhem en Nijmegen. Hij was de enige. Ik was onderweg naar mijn werk.

Toen ik achttien was liftte ik met een vriendin aan het einde van een winter van Noord-Engeland naar Zuid-Frankrijk. Voorbij Parijs kregen we een lift van een Spaanse chauffeur. Na een uur of twee rijden hield hij halt en haalde uit zijn vrachtwagen een gaspitje en koekenpan en ging op de parkeerplaats langs de snelweg eten voor ons bereiden. We zaten op het asfalt en aten het maal. We waren te gast, maar spraken geen Spaans en het gesprek vorderde nauwelijks.

Mijn ouders vertrokken vaak midden in de nacht. Op de achterbank lagen wij drie kinderen in onze slaapzakken tegen elkaar aan te soezen. Totdat de zon opkwam en we gewekt werden door gerommel in tassen en het afremmen van de auto. Haastig werd er naar kleingeld gezocht, pfennig en D-Mark, voor de wc en het servicestation. Nieuwsgierig keken we door de autoruiten naar het landschap naast de snelweg, de eerste bergen. De koeltas met daarin de belegde broodjes en pakjes appelsap werd door mijn moeder uit de achterbak gehaald. Met de slaap nog in onze ogen zaten we aan de houten tafel. Het geraas van het verkeer was ononderbroken. Hoe ver het nog was, wilden we weten. De zwempakken waren uit voorzorg al bovenin de weekendtassen gelegd.

Vandaag verloor mijn fiets een essentiële moer. Ik bevond me, met Maira in de fietskar, ter hoogte van de A15, een stuk nog onder Elst. Het was warm. De fietskar was losgeraakt en niet meer te bevestigen. Lopend bereikte ik een tankstation. Dit was geen plek voor fietsers, ik parkeerde op het trottoir. Ik gebood mijn dochter in de kar te blijven en ging zelf op zoek naar hulp. We hadden nog vijftien kilometer te gaan, geen eten bij ons, en het water was bijna op. De mannen hadden geen moeren, er moest geïmproviseerd worden. Men deed zijn best, en de inzet loonde. Betalen was niet nodig. Een uur later meerden we weer af. Zij die ons hadden geholpen keken ons na. We zouden ze nooit meer zien.

13 juli 2022

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s